B135-026

Cokorda Oka (1900–1975)

Date range: 1929 - 1930

Calon Arang performance, with kris dancers.

Schildering in tempera op doek over de krisdans met Rangda en Barong Deze schildering beeldt een Calon Arang-voorstelling uit, een voorstelling waarin goede en kwade krachten met elkaar strijden in de vorm van de goede Barong en de demonische Rangda. Het is één van de meest populaire performances in Bali en wordt vaak vertoont aan toeristen. Oorspronkelijk was deze performance bedoeld om het dorp van alle kwaad te zuiveren. In het verhaal van de Calon Arang wil Rangda dat haar mooie dochter Ratna Manggali trouwt met een belangrijk man van het land. Maar alle afgevaardigden weigeren; niemand durft met de dochter van een heks te trouwen. Dan besluit Rangda hulp in te roepen van Durga, de demonische echtgenote van Siwa om deze belediging te wreken. Ze gaat naar de Gandamayu-begraafplaats waar ze een kinderlichaam opgraaft die ze vervolgens offert aan Durga. Nu ze verbonden is met de krachten van het kwaad, zend zij hen door het land om grote schade aan te richten en pest te verspreiden. Duizenden mensen komen om. Airlangga's vizier ( Pandung) probeert de heks te doden, maar haar kracht is groter. Het enige dat overblijft is de weg van religie. De hoge priester van de koning, Empu Bharada, heeft een zoon Empu Bahula. Zijn vader en de koning besluiten om hem naar Rangda te sturen om haar magische boeken te stelen en de herkomst van haar krachten te ontdekken. Om haar vertrouwen te winnen zou hij eerst Ratna Mangalli trouwen om daarna in actie te komen. Zoals gepland wint Empu Bahula het hart van Ratna Mangalli, steelt de boeken en brengt ze naar zijn vader. Een lange strijd volgt. Rangda neemt de vorm aan van de Durga en Empu Bharada die van de Barong. Aan het einde van de strijd stuurt de Barong de verslagenen samen met de gekalmeerde Rangda terug naar haar woonplaats. Het meest indrukwekkende deel van de Calang Arong voorstelling is de metebekan-episode, wanneer de menselijke volgelingen van de Barong behekst zijn door Rangda. Zij wenden de krissen die bestemd zijn voor Rangda aan voor zichzelf. Maar zij zijn beschermd door de magie van de Barong waardoor zij geen letsel oplopen. Deze laatste episode is algemeen bekend onder de naam 'krisdans'. Rangda is hier verwikkeld in een confrontatie met de Barong, terwijl een aantal mannen, met kris in de hand, al in trance is. Zij hebben hun ogen gesloten om uit te drukken dat zij in trance zijn. De Barong is oorspronkelijke een magisch totemdier, meestal een tijger of een leeuw die 'het goede' representeert. De barong bestaat uit een masker en een lichaam die door twee mannen wordt gedragen. Een man komt half uit de barong. Aan de onderzijde zijn de voeten van de mannen te zien die de barong bemannen. Rangda is afgebeeld met lang en onverzorgd haar, hangende borsten en klauwen. Zij heeft een gruwelijk gezicht met uitpuilende ogen en lelijke tanden. De opvoering is omringd door publiek. Rechts op de voorgrond verkoopt een vrouw voedsel. De verkoopster houdt een kokertje vast van bananenblad die zij vult met voedsel. Links onder koopt een man iets van een vrouw. Hij heeft een sirithtas om waarin zich ingrediënten bevinden van de betelnoot. Het is een tas van gevlochten riet, hier weergegeven als een geruite vierkante tas. Op de voorgrond is een man een sirithnoot aan het fijn stampen. Het publiek bestaat uit mannen, vrouwen en kinderen. Op de voorgrond staan twee vrienden omarmd het schouwspel gade te slaan. Op de achtergrond steken twee manen een sigaret aan. Daarnaast probeert een man een vrouw bij haar borst te pakken; zij trekt hem stevig aan zijn haren. Rechts is een panggung geschilderd: een rechthoekig bouwsel, bestaande uit drie lange witte verticale staken met horizontale streepjes die bamboe palen moeten voorstellen. De vierde paal wordt gesuggereerd door de voorste paal zo te schilderen dat hij gelijk valt met de achterste paal. Om de palen zijn lappen bevestigd. De onderste lap bestaat uit witte stof met floradische motieven. Daar boven zijn drie banen van gekleurde stof, bestaande uit een witte, een rode en een blauwe band. Deze aan elkaar genaaide doeken zijn opgehangen aan de draad met ringetjes die daarboven is te zien. Aan het doek is een draad met Chinese munten met een gat ( kèpèng) bevestigd. Door de gaten in de munten is een tweede draad geregen die om de spijlen van de panggung loopt. Een panggung heeft een vloer die zich ongeveer 50 cm boven de grond bevindt. Aan de zuidkant moet een trap aanwezig zijn. Op de schildering is dit niet te zien. De panggung zelf moet in het noord-westen van de arena- 'kalangan'- staan. Rangda, de 'weduwe van Dirah', verkleedt zich in de panggung en blijft wachten tot zij bepaald wanneer ze naar buiten komt. In de panggung is het hoofd van een man te zien. Het is niet duidelijk wie hij is en wat hij doet. Hij zou degene kunnen zijn die Rangda hielp met verkleden. Rechts op de achtergrond is een gamelanorkest weergegeven. Links voor zijn twee instrumenten met vijf toetsen te zien, bespeeld door een man met een hamer. Midden voor zijn twee instrumenent weergegeven met ieder tien toetsen, bespeeld door een man met twee wielvormige speelstokken. Daarachter bevinden zich twee instrumenten met tien toetsen, ook weer bespeeld door een man met wielvormige stokken en rechtsvoor en achter zijn twee instrumenten met ieder zes toetsen, bespeeld door een man met speelstokken met een zachte ronde bol. Rechts aan de zijkant staat een rek waarin een gong hangt. Op de voorgrond staat een man met een kendang die hij bespeelt met een stok in zijn rechterhand. De schilder heeft de figuren van verschillende kanten geschilderd. 'En face', 'en profiel', driekwart aanzicht en vanaf de achterzijde. In de schildering zijn twee figuren frontaal weergegeven.Traditioneel worden de hoofden van de figuren geschilderd in driekwart aanzicht gezien vanaf de voorzijde. Waarschijnlijk had de schilder enige moeite met het schilderen van een een driekwart aanzicht gezien vanaf de achterzijde, omdat soms de ogen, neus en mond niet worden weergegeven, terwijl ze vanaf die positie wel te zien zouden moeten zijn.

85 by 70 cm
tempera; cloth

Collection of Leiden Ethnographic Museum

Previously in the Rudolf Bonnet Collection

Painted at: Peliatan

original institutional site